Pride

Het is een begrip; Pride in Amsterdam. De meest gestelde vraag, in ieder geval in mijn omgeving, is nog altijd: waarom is dit nodig? Met dezelfde toon die mijn moeder vroeg had wanneer ik naar het zoveelste feest ging: “waarom is dat nou nodig Oscar?” Ja, waarom. Waarom niet?

Maar er is een andere kant. Homoseksualiteit, als ik dat woord nog mag gebruiken, is niet alom geaccepteerd. Los van de uitgesproken tegenstanders is er nog altijd een grote groep mensen die niet uitgesproken anti-heteroseksueel zijn, maar het toch ergens ‘niet normaal’ vinden. Denk aan zinnen als: “ik vind het prima, als ze maar niet aan mij zitten,” of “Ik hoef er niet zoveel bij elkaar te zien.” En natuurlijk, “als ze maar niet aan elkaar zitten in het openbaar.” Een zin die vaak wordt vervolgd met de reden dat die persoon het namelijk niet wil zien.

Grappen, scheldwoorden en veroordelingen zijn nog steeds aan de orde van de dag en in mijn persoonlijk omgeving zie ik jonge mensen die nog altijd moeite hebben om ‘uit de kast te komen.’ Nog altijd bang om veroordeelt en gepest te worden vanwege hun seksualiteit.

Protest

Pride begon als protest en het is nu een feest. Dat is op zich prima. Wat mij betreft niks mis met een dag feesten. Maar ook tijdens dit evenement heeft een groep mensen de taak op zich genomen om te demonstreren. Vervelend ja, heel vervelend. “Moeten ze nu weer een feest verpesten?”

Elk evenement lijkt vandaag de dag ‘verstoord’ te worden door demonstranten. Maar dat gevoel dat ik soms heb, als ik mij eraan stoor, komt vaak van binnenuit. Het is mijn zeurende geweten dat stiekem weet dat er genoeg waarheden in de kern van het protest zitten.

Hieronder een kort beeld van hoe enkele boten werden ontvangen tijdens de Canalpride vanaf de Hortusbrug: